Buchdetails
Beschreibung
De schrijver gebruikt ook in zijn laatste meesterwerk geen woord teveel of te weinig. De kersenboomgaard is diepgaand en complex, niet in het minst door de subtekst. Zonder naast de gesproken tekst en de door Tsjechov gegeven regieaanwijzingen ook rekening te houden met Tsjechovs persoonlijke situatie en zijn relaties, en zonder behoorlijke kennis van het Russische theater en zijn speeltradities aan het eind van de 19e eeuw, nog daargelaten van de geschiedenis van Rusland, is De kersenboomgaard onbegrijpelijk.
Heel begrijpelijk wordt dan wél, dat dit stuk van Tsjechov zich nauwelijks leent voor vertaling enerzijds, voor ‘modernisatie’ anderzijds of voor een combinatie van deze schier-onmogelijkheden. Toch werd De kersenboomgaard in de loop van de tijd op talloze wijzen benaderd: de naturalistische, de poëtische, de groteske en de ‘dit alles in combinatie’. Zelfs absurdisten meenden hún heil bij Tsjechov te kunnen vinden.
Wat in Tsjechovs laatste toneelstuk opvalt in vergelijking met destijds gangbare stukken is, dat ‘uitgesproken karakters’ – goede als wel slechte – ontbreken. Dat belangrijke gebeurtenissen zich ‘elders’ afspelen en dat van een ‘climax’ geen sprake is. In het hele stuk is geen passie en het stuk is statisch. De toepassing van niet-verbale elementen wordt gezien als de belangrijkste vernieuwing die Tsjechov aanbracht in het toneel rond de eeuwwisseling. In De kersenboomgaard komt de opvallende rol van ‘pauzes’ – 20% van de speeltijd wordt er niet gesproken ‒ daar nog eens bij.
Met deze (en andere) met De kersenboomgaard gebrachte vernieuwingen bereidt Tsjechov de weg naar moderne ontwikkelingen in het toneel voor.
Tsjechovs opvatting dat De kersenboomgaard een komedie is, werd vanaf de eerste opvoering volkomen genegeerd. Vrijwel zonder uitzondering zagen regisseurs het stuk als een tragedie. Evenmin vond Tsjechov een willig oor bij vertalers, al tilde hij daaraan niet zo zwaar. Bij voorbaat achtte hij een vertaling van De kersenboomgaard tot mislukken gedoemd. Toch verschenen er honderden vertalingen en bewerkingen in tientallen talen. G.C.Zilverschoon – waarvan eerder ook bij Papieren Tijger de bundels met Tsjechov-verhalen Laster en Duizend-en-één verschrikkingen verschenen ‒ voegt daaraan een van toelichting en commentaar voorziene versie toe.