Ruim twee eeuwen geleden, een hoofdstad in opstand. Catho, opgegroeid in een vondelingentehuis, merkt nauwelijks iets van de revolutie die gaande is, tot zuster Berthe haar in het geheim leert lezen en schrijven, en de enige is die om haar geeft. Maar de twee verliezen elkaar uit het oog, ervan overtuigd door de ander te zijn verraden. Intussen begint pianofortebouwer Tobias een bijzondere vriendschap met iemand die hem een controversieel verzoek doet.
Joke van Leeuwen laat in deze prachtige roman haar personages het geluk nastreven – hoopvol tot op de laatste bladzijde en nog lang daarna.