Toen Descartes in de zeventiende eeuw de kennistheorie opnieuw uitvond, legde hij daarmee de basis voor een denkschema dat bepalend is gebleken voor het metafysische en ethische zelfbeeld van de westerse moderniteit, en dat ons tot op heden beheerst. Dreyfus en Taylor hebben zich niets minder ten doel gesteld dan dit denkschema, dat op volstrekt onjuiste veronderstellingen berust, grondig te deconstrueren. Daartoe maken zij korte metten met Descartes’ meest fundamentele en invloedrijkste idee, namelijk dat wij nooit in direct contact met de buitenwereld treden, maar dit altijd doen via voorstellingen in onze geest.
– ‘Een beeld hield ons gevangen’, schreef Ludwig Wittgenstein. Het definitieve afscheid van dit beeld wordt hier soeverein geënsceneerd door twee van de meest vooraanstaande denkers van onze tijd
– Dreyfus en Taylor schetsen een radicaal nieuw paradigma, dat de mens begrijpt als een wezen dat van meet af aan in direct contact staat met de wereld: een robuust, pluralistisch realisme, dat ook in ethisch-politiek opzicht eenheidstichtende kracht heeft