Aan de grenzen van de Japanse eilanden heerst de Keizer, zoon van de Zonnegod, over een mozaïek van stammen. Machtige raadslieden, een overvloed van krijgsheren, horden "krijgers" en fiere, fantastische samoerais, vliegen in elkaars haren in het XIIIe eeuws Japan.
Tchen-Qin, samoerai ten dienste van de almachtige heer Oshikaga, trekt met twaalf gezellen om een bende rebellen uit te roeien.