In deze familiegeschiedenis zijn de hoofdrollen weggelegd voor een aantal vrouwen, excentrieke dames die hun leven leiden in twee villa’s op een afgezonderd schiereiland, in een soort 'splendid isolation' waar ‘de vaders, de echtgenoten, de mannen niet ter zake doen. Ze zijn verwisselbaar.’ De vertelster doorloopt haar jeugd en komt tot de ontdekking dat haar schijnbare paradijs niet is wat het lijkt. De splendeur wordt decadentie, en de onthulling van een familiegeheim toont haar het ware gezicht van de bewoners van dat oord, het reduct van een vervlogen tijd. Hoe haar leven onomkeerbaar verandert, beschrijft Pombo met het meesterschap en de humor die kenmerkend voor hem zijn.
Deze roman werd in 1997 bekroond met de Spaanse Nationale Literatuurprijs.