책 세부 정보
형식
페이퍼백
페이지
192
언어
영어
출판됨
Sep 1, 2010
출판사
Wereldbibliotheek
ISBN-10
9028423532
ISBN-13
9789028423534
설명
In Dat ben jij geeft Arthur Schopenhauer een verrassend antwoord op de vraag naar de grondslag van de moraal. Wat is de drijfveer die de mens ingeeft moreel te handelen in plaats van zich geheel aan zijn aangeboren egoïsme over te geven?
Voor Schopenhauer is het medelijden de basis van elke morele handeling. Dit medelijden vloeit voort uit het inzicht dat het individu wezenlijk deel is van een geheel, dat hij slechts een verschijningsvorm is van een metafysisch grondbeginsel: de ene ongedeelde Wil. De mens herkent zichzelf in alle levende wezens vanuit dit inzicht, dat tot hem spreekt met de woorden 'Dat ben jij'.
Met deze spreuk, de letterlijke vertaling van het beroemde Sanskritische 'Tat tvam asi' uit de Upanishads, plaatst Schopenhauer zich niet alleen in de eeuwenoude traditie van het hindoeïsme, maar trekt hij ook de consequenties uit zijn eigen metafysische systeem.
Schopenhauer vervat zijn betoog in een meeslepende stijl, doorspekt met felle polemische uitvallen, bloemrijke metaforen en concrete voorbeelden. Dit maakt Dat ben jij tot een leerrijk, maar vooral ook onderhoudend opstel, dat ernst, verontwaardiging en morele diepzinnigheid op een literaire manier combineert.
Recensie(s)
Het werk van Schopenhauer (1788-1860) is onveranderd actueel. Maar zijn Duits is niet eenvoudig en daarom alle lof en dank voor vertaler Hans Driessen en de uitgever voor een groeiende reeks voortreffelijke vertalingen. Dit essay, hier voor het eerst vertaald, gaat over de grondslag van de moraal. Schopenhauer schreef het in het kader van een prijsvraag van de Koninklijke Deense Academie van Wetenschappen, maar het werd tot zijn grote woede niet bekroond. Het bestaat uit twee delen. In het eerste legt Schopenhauer uit dat de manier waarop Kant de moraal fundeert op de plicht niet deugt. En in het tweede legt hij uit hoe het dan wel moet: de fundamentele drijfveer van de mens die hem aanzet tot moreel handelen is niet plicht, maar medelijden. Hij baseert die visie op zijn metafysica, maar op een korte appendix na verwijst hij daar in dit essay niet naar. Daarom zou de lezer wellicht gebaat zijn bij een inleiding die het betoog van Schopenhauer in een bredere context plaatst. Misschien iets voor een volgende druk? Met enkele literatuurverwijzingen in eindnoten.
Dr. D.G. van der Steen
Voor Schopenhauer is het medelijden de basis van elke morele handeling. Dit medelijden vloeit voort uit het inzicht dat het individu wezenlijk deel is van een geheel, dat hij slechts een verschijningsvorm is van een metafysisch grondbeginsel: de ene ongedeelde Wil. De mens herkent zichzelf in alle levende wezens vanuit dit inzicht, dat tot hem spreekt met de woorden 'Dat ben jij'.
Met deze spreuk, de letterlijke vertaling van het beroemde Sanskritische 'Tat tvam asi' uit de Upanishads, plaatst Schopenhauer zich niet alleen in de eeuwenoude traditie van het hindoeïsme, maar trekt hij ook de consequenties uit zijn eigen metafysische systeem.
Schopenhauer vervat zijn betoog in een meeslepende stijl, doorspekt met felle polemische uitvallen, bloemrijke metaforen en concrete voorbeelden. Dit maakt Dat ben jij tot een leerrijk, maar vooral ook onderhoudend opstel, dat ernst, verontwaardiging en morele diepzinnigheid op een literaire manier combineert.
Recensie(s)
Het werk van Schopenhauer (1788-1860) is onveranderd actueel. Maar zijn Duits is niet eenvoudig en daarom alle lof en dank voor vertaler Hans Driessen en de uitgever voor een groeiende reeks voortreffelijke vertalingen. Dit essay, hier voor het eerst vertaald, gaat over de grondslag van de moraal. Schopenhauer schreef het in het kader van een prijsvraag van de Koninklijke Deense Academie van Wetenschappen, maar het werd tot zijn grote woede niet bekroond. Het bestaat uit twee delen. In het eerste legt Schopenhauer uit dat de manier waarop Kant de moraal fundeert op de plicht niet deugt. En in het tweede legt hij uit hoe het dan wel moet: de fundamentele drijfveer van de mens die hem aanzet tot moreel handelen is niet plicht, maar medelijden. Hij baseert die visie op zijn metafysica, maar op een korte appendix na verwijst hij daar in dit essay niet naar. Daarom zou de lezer wellicht gebaat zijn bij een inleiding die het betoog van Schopenhauer in een bredere context plaatst. Misschien iets voor een volgende druk? Met enkele literatuurverwijzingen in eindnoten.
Dr. D.G. van der Steen