描述
De wetenschap gebruikt de wiskunde om de natuur mee te beschrijven. Het heeft veel voordelen: de taal is universeel, het maakt rekenen aan de gebeurtenissen om je heen mogelijk en je stuit nog een op onvermoede verschijnsels. Er geldt echter één nadeel: de wiskunde is exact en de natuur niet. Een mathematisch model vergt exacte invoer, de mensen gebruiken vage beschrijvingen. Wiskundig gezien meet de Rijn zeg 1430 kilometer, menselijk gezien is het daarentegen een best lange rivier.
Een precieze beschrijving vergt precieze afbakening. Iets behoort tot een bepaalde verzameling (lange rivieren, hoge bergen) of niet. De klassieke verzamelingenleer maakt hiervan gebruik. Maar wat gebeurt er op de scheidslijn tussen twee verzamelingen. Mannen vallen uiteen in twee categorieën: kale mannen en zij mèt haar op hun hoofd. Stel je trekt een niet kaal iemand een haar uit zijn hoofd? Dan noem je hem nog niet kaal. Maar wat als je dat nog eens doet, en nog eens en nog eens? Op een bepaald (pijnlijk) moment heb je zijn laatste haar in je handen. Dan behoort hij wel tot de categorie der kalen. Maar wanneer passeerde hij die grens: kaal versus niet-kaal. Dat is een vage scheidslijn.
De bivalente logica heeft al lang moeite met deze grens. Iemand met een gladde kruin is gedeeltelijk kaal, maar dus ook gedeeltelijk niet kaal. Tegenstrijdigheid, dus. Want hoe kun je iets zijn, en tegelijkertijd het tegendeel. Volgens Plato kon dat niet. Hij loste het dilemma op door te verklaren dat de wereld om ons heen een illusie is.
Fuzzy logic probeert een koppeling te maken tussen de wereld van de tweewaardig logica (wel of niet) en de wereld om ons heen met haar vage grenzen. Een man met een hoog voorhoofd behoort voor 80 procent tot de categorie kale mannen en voor 20 procent tot die met haar. Deze Fuzzy Logica maakt het mogelijk computers zo te programmeren dat zij de onnauwkeurige, niet-precieze handelwijze van de mens nabootsen. Hoewel deze technologie verbazingwekkende praktische resultaten opleverde, vertrouwde de wetenschap het niet zo. Je kunt weliswaar mooie besturingen maken voor bijvoorbeeld een metro, een wasmachine, een cementoven, maar je kunt niet bewijzen dat de besturing stabiel is. Immers: in praktische gevallen werkt het, maar wat gebeurt er in uitzonderingssituaties.
De Amerikaanse wetenschapspublicisten McNeill en Freiberger schreven een boek over het aandachtsveld, de spelers in het fuzzy-team en haar tegenstanders, over de resultaten en de aanvallen die de theorie te verduren kreeg. Het is geen leerboek. Wie niets van fuzzy logic weet, heeft niets in dit boek te zoeken. Het legt de methode niet uit, het beschrijft de wereld eromheen.
Een precieze beschrijving vergt precieze afbakening. Iets behoort tot een bepaalde verzameling (lange rivieren, hoge bergen) of niet. De klassieke verzamelingenleer maakt hiervan gebruik. Maar wat gebeurt er op de scheidslijn tussen twee verzamelingen. Mannen vallen uiteen in twee categorieën: kale mannen en zij mèt haar op hun hoofd. Stel je trekt een niet kaal iemand een haar uit zijn hoofd? Dan noem je hem nog niet kaal. Maar wat als je dat nog eens doet, en nog eens en nog eens? Op een bepaald (pijnlijk) moment heb je zijn laatste haar in je handen. Dan behoort hij wel tot de categorie der kalen. Maar wanneer passeerde hij die grens: kaal versus niet-kaal. Dat is een vage scheidslijn.
De bivalente logica heeft al lang moeite met deze grens. Iemand met een gladde kruin is gedeeltelijk kaal, maar dus ook gedeeltelijk niet kaal. Tegenstrijdigheid, dus. Want hoe kun je iets zijn, en tegelijkertijd het tegendeel. Volgens Plato kon dat niet. Hij loste het dilemma op door te verklaren dat de wereld om ons heen een illusie is.
Fuzzy logic probeert een koppeling te maken tussen de wereld van de tweewaardig logica (wel of niet) en de wereld om ons heen met haar vage grenzen. Een man met een hoog voorhoofd behoort voor 80 procent tot de categorie kale mannen en voor 20 procent tot die met haar. Deze Fuzzy Logica maakt het mogelijk computers zo te programmeren dat zij de onnauwkeurige, niet-precieze handelwijze van de mens nabootsen. Hoewel deze technologie verbazingwekkende praktische resultaten opleverde, vertrouwde de wetenschap het niet zo. Je kunt weliswaar mooie besturingen maken voor bijvoorbeeld een metro, een wasmachine, een cementoven, maar je kunt niet bewijzen dat de besturing stabiel is. Immers: in praktische gevallen werkt het, maar wat gebeurt er in uitzonderingssituaties.
De Amerikaanse wetenschapspublicisten McNeill en Freiberger schreven een boek over het aandachtsveld, de spelers in het fuzzy-team en haar tegenstanders, over de resultaten en de aanvallen die de theorie te verduren kreeg. Het is geen leerboek. Wie niets van fuzzy logic weet, heeft niets in dit boek te zoeken. Het legt de methode niet uit, het beschrijft de wereld eromheen.
書籍詳情
格式
平裝書
頁數
319 頁
語言
英語
已出版
Jan 1, 1994
出版商
Bodoni